Oud nieuws
augustus 2011
Bonte mantel
Mimachlamys varia (Linné, 1758)
Onder de rand van een viskist bij paal 15 vond ik op 26 juli een doublet met vleesresten van de bonte mantel. De bonte mantel is smaller dan de wijde mantel en heeft schubjes op de ribben. Het is voor het eerst dat ik een doublet van deze soort op Schiermonnikoog vind.
augustus 2011
Platte oester
Ostrea edulis Linné, 1758
David de Jong uit Amsterdam vond op 24 juli deze enorme klep van een platte oester (14 cm) op het strand bij paal 4.
augustus 2011
Noordse cirkelschelp
Lucinoma borealis (Linné, 1767)
De noordse cirkelschelp is een zeldzame vondst. Maar 31 juli was een bijzondere dag, want zowel Brechje als haar zoon Xander Bouwman vonden beiden een prachtig gave klep van deze soort bij paal 5.
augustus 2011
Schaalhoren
Patella vulgata Linné, 1758
Sjoerd Zwaan uit Warnsveld vond deze grote schaalhoren op 21 juli ter hoogte van paal 16. Aan de bruine vlekken is te zien dat de schelp waarschijnlijk onder aan riemwier vanuit Frankrijk naar hier is vervoerd.
augustus 2011
Steur
Acipenser sturio Linné, 1758
Joke Borstlap vond op 28 juli deze enorme beenplaat van een steur ter hoogte van paal 17. Beenplaten van steuren hebben een prachtige structuur. In 1952 werd de laatste steur in ons land gevangen.
augustus 2011
Hondshaai
Scyliorhinus canicula (Linné, 1758)
Enige tijd geleden verscheen in deze rubriek de vondst van een tros hondshaai-eieren van 26 stuks. Dat aantal werd ruimschoots overtroffen door de tros hondshaai-eieren die door Joke Borstlap op 22 juli werd aangetroffen ter hoogte van paal 10: daar zaten maar liefst 45 eikapsels in!!
Zelf vond ik op 26 juli bij paal 18 aan de eblijn een ei van een hondshaai met inhoud. Het is voor zover bekend de eerste maal dat een dergelijke vondst op Schiermonnikoog is gedaan.
augustus 2011
Grote hartschelp
Acanthocardia aculeata (Linné, 1758)
Een grote klep van deze soort werd op 10 augustus gevonden op het puntje van de Balg. De schelp heeft nog stekels aan de zijkanten en dat komt maar zelden voor. Geen wonder, want de soort leefde hier in het Eemien, de periode tussen de laatste twee ijstijden, en dat is zo'n 100.000 jaar geleden! De schelp werd gevonden door de familie Van Wijk-Dreef uit Bussum.
juni 2011
Wrattige venusschelp
Venus verrucosa Linné, 1758
Op 26 april vond Marit Aegerter uit Viersen (Duitsland) bij paal 12 deze fraaie wrattige venusschelp. Het is de eerste zekere vondst van Schiermonnikoog. De schelp is blauwgrijs en stamt waarschijnlijk uit het Eemien.
juni 2011
Gezwollen tolhoren
Gibbula tumida (Montagu, 1803)
Dat Dorien en Elze Boon uit Scharwoude goede ogen hebben is wel duidelijk: ze vonden deze nog geen centimeter grote schelp van de gezwollen tolhoren in gruis bij paal 7. Het is een heel zeldzame soort waarvan maar enkele exemplaren op Schiermonnikoog zijn gevonden.
juni 2011
Wijde mantel
Aequipecten opercularis (Linné, 1758)
Op het eerste gezicht dacht Alexandra Smink uit Wijk bij Duurstede dat het een gedoornde of geknobbelde hartschelp was die omgekeerd in het zand bij paal 18 lag. Toen ze hem opraapte bleek het enorm grote schelp van de wijde mantel te zijn. Het is tot nu toe de grootste schelp van de wijde mantel die van Schiermonnikoog bekend is.
juni 2011
Pelikaansvoet
Aporrhais pespelecani (Linné, 1758)
Casper van Engelenburg uit Den Haag vond op 18 mei tijdens een werkweek van school deze prachtige grote pelikaansvoet bij paal 5. Dergelijke fraaie pelikaansvoeten zijn hier uiterst zeldzaam en zelf heb ik nog nooit zo'n mooie gevonden op het strand van Schiermonnikoog.
juni 2011
Steppenwisent
Bison priscus Bojanus, 1827
Arjan de Haan uit Harderwijk vond op 21 mei 2011 deze zwarte kies op de Balg. Het is een kies van een steppenwisent. Dit grote dier met een schouderhoogte van meer dan twee meter en een spanwijdte van de horens van meer dan één meter leefde tot zijn uitsterven, ca. 10.000 jaar geleden, op de toen droge Noordzeebodem.
mei 2011
Wulk
Buccinum undatum Linné, 1758
Enige tijd geleden vond Foppe Hoekstra deze bijzonder gevormde wulk op de bank voor het Westerstrand. Door een aantal verdikte mondranden, die zijn ontstaan tijdens een groeipauze, lijkt de schelp een beetje op het Operahouse van Sydney!
|
|
|
mei 2011
Noordhoren
Neptunea antiqua (Linné, 1758)
Behalve de hierboven genoemde wulk, vond Foppe op 9 april 2011 ter hoogte van paal 2 een enorme schelp van de noordhoren op het strand. De hoogte van de schelp bedraagt bijna 14 cm en is daarmee de grootste die ik ooit van Schiermonnikoog heb gezien. In de noordelijke Noordzee komen exemplaren voor die zo'n 20 cm hoog worden.
|  |
mei 2011
Paard
Equus caballus Linné, 1758
In september 2010 vond Alex Schut uit Breda dit mooi gevormde zwarte bot op het strand bij paal 16. Het blijkt een teenkootje te zijn van een paard uit het Pleistoceen, de periode van de ijstijden.
|
 |
maart 2011
Mens
Homo sapiens Linné, 1758
Op 28 augustus 2010 vond ik in de eblijn ter hoogte van paal 16 een deel van een menselijke schedel. Het deel is zwart van kleur en mogelijk behoorlijk oud.
Momenteel wordt door deskundigen nagegaan of de ouderdom is te bepalen. Zodra daarover nieuws is, meld ik dat op de website.
maart 2011
De vogelwereld van Schiermonnikoog
|
deel 3 - 56 soorten van bos en duin
Op 11 maart 2011 is het derde deel van "De vogelwereld van Schiermonnikoog" verschenen. In dit deel, geschreven in samenwerking met de eilander vogeldeskundige Gerard Glerum, worden vogels behandeld die vooral te zien zijn in de bos- en duingebieden op het eiland. Zoals in de andere deeltjes zijn de soorten afgebeeld door middel van een fraaie kleurenfoto en is in de tekst het voorkomen op het eiland beschreven. Het boekje kost € 5,50 en is te koop bij Boekhandel Kolstein, het VVV kantoor, het Bezoekerscentrum en natuurlijk in Schelpenmuseum Paal 14. |
 |
december 2010
Hondshaai
Scyliorhinus canicula (Linné, 1758)
In de laatste week van oktober vond Hans van Iterson uit Boxtel deze tros eikapsels van de hondshaai bij paal 7. Het is de grootste tros die tot nu toe van Schiermonnikoog bekend is en bevat maar liefst 26 eikapsels!
december 2010
Rendier
Rangifer tarandus (Linné, 1758)
Op 19 augustus 2010 vonden Pepijn Hagenaar uit Zeist en Marijn Leeuwenberg uit Rotterdam dit botstuk bij paal 13. Ze hebben het laten zien aan prof. dr. Jelle Reumer van het Natuurmuseum Rotterdam en die kwam tot de conclusie dat het hier ging om een scheenbeen van een fossiel rendier, dat hier in de IJstijden heeft rondgewandeld!
december 2010
Bladachtig hoornwier
Flustra foliacea Linné, 1758
Anders dan de naam doet vermoeden is dit geen wier, maar een kolonie mosdiertjes die groeit in de vorm van een zeewier. De kolonie bestaat uit aanelkaar gebouwde huisjes waarin de mosdiertjes leven. Ze vangen met kleine tentakels voedsel uit het water. Wanneer je de kolonie van dichtbij bekijkt zie je duidelijk de afzonderlijke huisjes. Eind december vond ik verschillende kolonies in de eblijn bij paal 16.
oktober 2010
Grijze zeehond
Halichoerus grypus (Fabricius, 1791)
Anniek Bouwman uit Leiden vond op 3 augustus bij paal 8 deze fraai gevormde wervel. Het is een borstwervel van een grijze zeehond. De wervel is fossiel en volgens deskundigen ongeveer 5000 jaar oud.
oktober 2010
Noordkaper
Eubalaena glacialis (Desmoulins, 1822)
Emily Wiessner uit Etten-Leur vond op 17 augustus tussen paal 14 en 15 een enorme tussenwervelschijf. Navraag bij deskundigen maakte duidelijk dat het hoogstwaarschijnlijk om een tussenwervelschijf van een noordkaper gaat. Deze grote walvis kwam vroeger ook in de oostelijke Atlantische Oceaan voor, maar is daar door de jacht op het dier uitgestorven. Wel leeft de soort nog langs de Amerikaanse oostkust. De schijf is waarschijnlijk meer dan 500 jaar oud.
oktober 2010
Slanke noordhoren
Colus gracilis (Da Costa, 1778)
Johan Trenning vond op 26 augustus 2010 bij paal 15 deze slanke noordhoren. De schelp lag tussen vele andere schelpen (met name wulken) op de laagwaterlijn.
|
 |
oktober 2010
Spoelhoren
Acteon tornatilis (Linné, 1758)
Sonny Copier uit Utrecht vond op 19 oktober deze prachtige gave spoelhoren aan het strand bij paal 4. Het is een al wat ouder, blauwgrijs verkleurd exemplaar. |
 |
oktober 2010
Grote mantel
Pecten maximus (Linné, 1758)
Op 22 mei 2010 vond Thijs de Boer op een viskist bij paal 15 enkele heel jonge schelpen van de grote mantel. Het is de derde keer dat op Schiermonnikoog deze soort is gevonden. |
 |
oktober 2010
Noorse kreeft
Nephrops norvegicus Linné, 1758
Netty Veenbaas uit Heiloo vond deze fraaie levende Noorse kreeft aan de eblijn tussen paal 8 en 9. Ze hebben het dier weer in zee gezet. Levende dieren spoelen maar zelden aan; wel zijn af en toe scharen van de Noorse kreeft te vinden. |
 |
augustus 2010
Gekielde noordhoren
Neptunea despecta (Linné, 1758)
Mevrouw Wiersum uit Ermelo vond al weer enige tijd geleden (zomer 2009) hoog op het strand bij paal 16 een bijzonder fraaie schelp van de gekielde noordhoren. De schelp is weliswaar blauwgrijs, maar nauwelijks afgesleten.
augustus 2010
Gevlochten fuikhoren
Nassarius reticulatus (Linné, 1758)
De heer Vroman uit Alphen aan de Rijn vond op 13 juli bij paal 8 een vers exenplaar van de gevlochten fuikhoren (rechts op de foto). Oude, fossiele schelpen met bredere verticale ribben spoelen wel vaker aan (links), maar verse schelpen zijn zeldzaam. Wel lijkt het er op dat de soort de laatste jaren steeds verder oprukt naar het noorden.
augustus 2010
Gemarmerde streepschelp
Modiolarca subpicta (Cantraine, 1835)
Brechje Bouwman uit Leiden vond begin augustus bij paal 13 een bodem van een plastic ton met daarin vastgehecht enkele schelpen van de schilferige dekschelp en de noordse rotsboorder. Behalve die soorten zat er ook een heel klein, bol mosseltje in: de gemarmerde streepschelp. De eerstgenoemde soorten kom je wel vaker tegen op allerlei substraten, maar de gemarmerde streepschelp is een heel zeldzame soort. Aangespoelde emmers, viskisten en netten inspecteren kan dus zeer de moeite waard zijn!
augustus 2010
Gewone wenteltrap
Epitonium clathrus (Linné, 1758)
Op 9 juli vond Tineke Bargeman (Schiermonnikoog) bij paal 15 deze prachtige, grote gewone wenteltrap. Het is één van onze mooiste schelpen en wordt maar zelden zo mooi gaaf en groot gevonden.
juni 2010
Geep
Belone belone (Linné, 1761)
De familie De Vries uit Veenendaal vond op 6 juni een vreemde, lichtgroen gekleurde schedel met een soort lange 'snavel' aan de vloedlijn bij paal 10. Het is de schedel van de geep. Kenmerkend is de lange kaak (bovenkaak iets korter dan de onderkaak) en de groene kleur. Vroeger dacht men daarom dat deze vis giftig was.
juni 2010
Zeeklit
Echinocardium cordatum (Pennant, 1777)

Vergroeide zeeklit (links)
Op 1 april vond Marit Aegerter uit Viersen (Duitsland) een vergroeid exemplaar van de zeeklit. Zo te zien heeft deze zeeklit op zijn woonplaats (onder het zand, op de zeebodem) in de knel gezeten.
juni 2010
Hondshaai
Scyliorhinus canicula (Linné, 1758)
In mei vond ik deze tros eieren van de hondshaai. Het zijn er maar liefst negen, de grootste tros die ik tot nu toe vond.
Maart 2010

|
De vogelwereld van Schiermonnikoog
Deel 2 - 56 soorten van strand, wad en kwelder
In dit tweede deel over de vogelwereld van Schiermonnikoog worden vogels van strand, wad en kwelder beschreven. Steltlopers, meeuwen en sterns, maar ook eenden en roofvogels worden beschreven en afgebeeld door middel van fraaie foto’s van gerenommeerde fotografen. Het boekje is voor € 5,50 te koop bij Boekhandel Kolstein, Bezoekerscentrum, VVV-kantoor en natuurlijk bij Schelpenmuseum Paal 14.
|  |
Maart 2010
Oor zeehond
Phoca vitulina Linné, 1758
Joachim Rudnick-Aegerter en zijn gezin uit Viersen (Duitsland) vonden op 31 maart een vreemd gevormd bot op het strand tussen paal 7 en 8. Het gaat om het oor van de gewone zeehond.
Maart 2010
Zeeklit
Echinocardium cordatum (Pennant, 1777)
De afgelopen maanden spoelden er opmerkelijk veel zeeklitten aan. Zeeklitten horen tot de stekelhuidigen en zijn dus familie van de zeesterren. Ze hebben een broos kalkskelet waarop korte stekels staan. Wanneer de dieren dood zijn, vallen die er al snel af en blijft een kaal kalkskelet over.
Januari 2010
Amerikaanse zwaardschede
Ensis americanus (Gould, 1870)

Amerikaanse zwaardschede, rechts voet Amerikaanse zwaardschede, in-en uitstroomsifo
Regelmatig spoelen er ontelbaar veel schelpen van de Amerikaanse zwaardschede aan. In de koude wintermaanden spoelen er ook vaak schelpen aan met het dier er nog in. Opvallend is de lange voet aan de onderzijde van het dier. Bovenaan zitten twee openingen, waardoor het water naar binnen en buiten wordt gepompt. Het dier haalt er voedsel en zuurstof uit.
Januari 2010
Franse tap
Arenicola defodiens Cadman & Melson, 1993

Franse tap, rechts de zuigsnuit (proboscis)
De wadpier is een bekende soort, waarvan overal op het wad, maar vaak ook ook in geulen op het strand de kenmerkende 'zandspaghetti' is te vinden. Wat dieper in zee komt een verwante soort voor, die pas in 1993 is ontdekt. Deze soort wordt veel groter dan de gewone wadpier. In januari spoelden er enkele grote exemplaren van deze pas ontdekte soort aan.
Januari 2010
Noordzeekrab
Cancer pagurus Linné, 1758
Na de harde oostenwind, begin januari, spoelden er veel krabben aan. Meest algemeen is de strandkrab, maar ook spoelden er enkele grote Noordzeekrabben aan. Aan het smalle staartstuk is te zien dat het bovenste dier een mannetje is: een vrouwtje heeft een breed staartstuk, in de vorm van een ouderwetse bijenkorf.
Oktober 2009
Stevige platschelp
Arcopagia crassa (Pennant, 1777)
Op 13 september 2009 vond Ellen Dekkers bij paal 7 een stuk schelp dat ze 'anders' vond. Nou, dat klopt: het blijkt een stuk te zijn van de uiterst zeldzame stevige platschelp. Er werden eerder slechts twee kleppen van deze soort op Schiermonnikoog gevonden.
Oktober 2009
Gewone zeester
Asterias rubens Linné, 1758
Op 14 oktober vond Leena Määttänen aan de eblijn bij paal 8 een kleine zeester. De zeester heeft echter zes in plaats van vijf armen. Een dergelijke (zeldzame) vergroeiing ontstaat soms wanneer er één arm afbreekt. In plaats van één groeien er dan twee nieuwe armen aan. In dezelfde maand vonden ook Sonny Copier (Utrecht) en Gina Kooijman (Nieuwegein) een zesarmige zeester op Schiermonnikoog!
|  |
Oktober 2009
Karper
Cyprinus carpio Linné, 1758
Sonny Copier uit Utrecht vond in oktober bij de geul (tussen paal 4 en 5) een donker botstuk met enkele fraai gegroefde tanden. Het blijkt te gaan om een deel van de kaak van een karper. De tanden zijn de zogenaamde keeltanden. Misschien is deze karper (lang geleden?) via een van de rivieren in zee terecht gekomen en op Schiermonnikoog aangespoeld!
Oktober 2009
Linksgewonden wulk
Buccinum undatum (Linné, 1758) forma sinistrorsa
Op 18 mei 1969 vond Hanno van der Meulen de eerste linksgewonden wulk op Schiermonnikoog. Zelf vond ik op 7 september 2009 (40 jaar later!) het tweede linksgewonden exemplaar, in de vloedlijn bij paal 12. Deze genetische afwijking, waarbij de mondopening niet rechts- maar linksonder zit, is bij de wulk uiterst zeldzaam.
|  |
Oktober 2009
Chirona hameri (Ascanius, 1767)
Deze grote zeepok spoelt slechts zeer zelden aan. De soort leeft in de noordelijke Atlantische en Stille Oceaan. Op 17 oktober vond ik bij paal 5 een kunststof ring, met daarop een groot aantal exemplaren van Chirona hameri. Op de ring bevindt zich verder een aantal exemplaren van een andere, kleine zeepok: de ritspok (Verruca stroemia (Müller, 1776)).
Oktober 2009
Muziek op schelpen
Het Internationaal Kamermuziekfestival op Schiermonnikoog werd op 2 oktober ingeleid met een muzikaal evenement op de veerboot. Daar trad o.a. op het ensemble 'Kinky Horns', dat zich van schelpen bedient om muziek op te maken.
V.l.n.r.: Grote tritonhoren (Charonia tritonis 2x), Roze vleugelhoren (Strombus gigas), Gehoornde helmslak (Cassis cornuta) en nog 2x Strombus gigas.
Augustus 2009
Patella compressa Linné, 1758
Eva Bärwolf uit Wilhelmshafen vond op 24 juli op het strand ter hoogte van paal 14 in een schelpenbank een grote schaalhoren. Het blijkt te gaan om de Zuidafrikaanse soort Patella compressa. Mogelijk is de schelp ooit, vastgehecht aan de onderkant van een schip, hier terechtgekomen.
Augustus 2009
Gekartelde zeepok
Balanus crenatus Bruguière, 1789
Marith Koek uit Sauwerd vond op 2 augustus een wel erg vreemd dier aan het strand bij paal 14: een aap! Het (plastic) dier had bovendien nog een soort 'bril' op, bestaand uit twee gekartelde zeepokken!
|
 |
Augustus 2009
Linksgewonden noordhoren
Neptunea contraria (Linné, 1771)
Al weer enkele jaren geleden vond Toon Govaarts uit Enschedé een linksgewonden noordhoren op de bank voor de vuurtoren. Deze uiterst zeldzame schelp met de mondopening linksonder, in plaats van rechtsonder, is één maal eerder op de Waddeneilanden gevonden: toen ook op Schiermonnikoog.
|
 |
Augustus 2009
Pleistocene strandschelp
Mactra corallina plistoneerlandica Van Regteren Altena, 1937
Rebekka Mos uit Ermelo vond op 11 augustus een mooie, lichtblauwe schelp op de Balg. Het gaat om de pleistocene strandschelp. Deze soort leefde hier tussen de laatste twee ijstijden, het Eemien, ongeveer 100.000 jaar geleden. Het klimaat was in die periode iets warmer dan nu.
Augustus 2009
Grote hartschelp (links) en
geknobbelde hartschelp
Acanthocardia aculeata (Linné, 1767) en Acanthocardia tuberculata (Linné, 1758)
Op 27 augustus was Mauk Bresser op de Balg en vond daar een gave klep van de grote hartschelp. Deze soort lijkt erg op de gedoornde hartschelp en de geknobbelde hartschelp. De grote hartschelp wordt echter veel groter en is veel zeldzamer. Vooral gave kleppen zijn zeer zeldzaam! De schelp is fossiel, want de grote hartschelp leefde hier, net als de vorige soort, tussen de laatste twee ijstijden, zo'n 100.000 jaar geleden!
Mei 2009
Dwergpijlinktvis Alloteuthis subulata (Lamarck, 1798)
Op 28 april vond Enno Bieuwinga uit Tiendeveen bij paal 7 een dood exemplaar van de kleine pijlinktvis. Deze pijlinktvis legt tussen april en juli haar eieren. Die zitten in gelatine-achtige slierten van ca. 4 cm lang die aan één kant aan elkaar vast zitten. Toen hij een dag later bij de Nieuwe Steiger nog even in het aanspoelsel keek vond hij daar maar liefst twee exemplaren!
Mei 2009
Fluwelen zeemuis Aphrodite aculeata (Linné, 1758)
Johan Trenning uit Groningen vond op 24 april een fluwelen zeemuis. Deze grote, fraai gekleurde borstelworm lag in de vloedlijn bij paal 8. Fluwelen zeemuizen leven in de diepere delen van de Noordzee en spoelen slechts zeer zelden aan.
Mei 2009
Witte haai
Carcharodon carcharias (Linné, 1758)
Eva van Haren uit Veenendaal vond in februari tussen de schelpen van het Lieuwe Trientjepad een grote zwarte haaientand. Het blijkt te gaan om een tand van de beruchte witte haai, die tot 6 meter lang kan worden. Deze soort leeft nu o.a. in de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan; niet in de Noordzee. Er zijn in het Noordzeegebied echter wel tanden gevonden in afzettingen uit het begin van de IJstijden en daarvoor (vanaf ca. 1 miljoen jaar geleden). Mogelijk stamt deze tand ook uit zo’n oude periode, aangezien hij zwart verkleurd is.
Mei 2009
|
Gekielde noordhoren Neptunea despecta (Linné, 1758)
Na de storm in november 2008 vonden Andries van Guldener en Nicolette Vermaat tussen paal 11 en 12 een enorm grote schelp van de gekielde noordhoren. Met een lengte van bijna 15 cm is het de grootste die ooit op Schiermonnikoog is gevonden!
|
April 2009
Manteldekschelp (grote exemplaar) Pododesmus patelliformis (Linné, 1761)
Schilferige dekschelp (kleine exemplaar) Heteranomia squamula (Linné, 1758)
Op een plastic krat bij paal 6 vond ik op op vrijdag 3 april een prachtig exemplaar van de manteldekschelp met een doorsnee van 3 cm. Deze platte oester-achtige schelp lijkt erg op de kleine (ca. 1,5 cm) schilferige dekschelp, die algemeen is te vinden op allerlei drijvende plastic voorwerpen.
De manteldekschelp is een zeldzame verschijning op de Waddeneilanden. Kenmerkend zijn de geribde schelp, de bruinige kleurvlekken en de grote opening in de onderklep, waardoor een spier loopt waarmee het dier zich aan de ondergrond vasthecht.
|
April 2009
Kokerworm
Deze fraai gekleurde kokerworm zat vastgehecht op een stuk viskist dat op 3 april jl. bij paal 12 was aangespoeld. Welke soort het is heb ik tot op heden niet kunnen vinden. De meeste kokerwormen zijn wit. Meestal betreft dat de driekantige kalkkokerworm.
|
April 2009
Walrus
Odobenus rosmarus (Linné, 1758)
Op 22 oktober 2008 vond ik aan de eblijn bij paal 16 een zwart verkleur botstuk met een rond, smal gat er in. Jelle Reumer van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, die in november 2008 hier een lezing hield over fossielen, heeft het bekeken en komt tot de conclusie dat het een stuk schedel van een walrus(vrouwtje) is, met gehoorgang. Het is waarschijnlijk dat dit dier hier in de periode van de ijstijden heeft geleefd.
April 2009
De vogelwereld van Schiermonnikoog
deel 1 – 56 soorten van Westerplas, dorp en polder
Vanaf vrijdag 10 april is dit eerste deel van De vogelwereld van Schiermonnikoog verkrijgbaar bij boekhandel Kolstein, het Bezoekerscentrum, het VVV-kantoor en het Schelpenmuseum. De fraaie foto’s zijn gemaakt door Arie Ouwerkerk (Terschelling), Cor Visser (Amsterdam) en Jan Bosch (Dokkum). Prijs: € 5,50.
Januari 2009
Braam
Brama brama Bonnaterre, 1788
|  |
|
Thomas Stal vond op 6 december op het strand bij paal 7 een nog levende vis op het strand. Het bleek te gaan om een braam. Bramen spoelen in sommige jaren regelmatig aan, maar het kan ook gebeuren dat er tien jaar lang niet één wordt gezien. Ze leven in de diepere delen van de Atlantische Oceaan, maar verdwalen soms in de Noordzee.
Januari 2009
Gevlamde marmerschelp
Glycymeris glycymeris Linné, 1758
Al weer een aantal jaren geleden vond Joke Borstlap deze zeer zeldzame schelp op het strand van Schiermonnikoog. Kenmerkend zijn de rijen slottanden aan weerszijden van de top. Levend komt de soort veel voor ten zuiden van Het Kanaal. Het is waarschijnlijk dat deze schelp uit het Eemien stamt, de periode tussen de laatste twee ijstijden, zo’n 100.000 jaar geleden. Het klimaat was hier toen net zo als nu in Bretagne.
Januari 2009
Vingerwier
Laminaria digatata Lamouroux, 1813
Een van de meest opvallende wieren langs het Nederlandse strand is ongetwijfeld het vingerwier. Deze grote wiersoort (de gele liniaal is 15 cm lang) heeft een dikke steel met onderaan een heel stelsel van hechtwortels, waarmee het wier op stenen zit vastgehecht. De soort komt in ons land alleen bij Den Helder voor, maar zuidelijk van Het Kanaal is dit een algemene wiersoort. Na een storm in deze gebieden spoelt het soms bij ons aan.
Oktober 2008
Paardenmossel
Modiolus modiolus (Linné, 1758)
Maaike van Boven vond op 27 september op de zandplaat Het Rif, ten noorden van Engelsmanplaat, deze enorme, beschadigde klep van de paardenmossel van ruim 16 cm. Paardenmossels zijn zeldzaam. Jonge exemplaren kun je soms in stukken net tegenkomen. Naar het noorden toe worden ze algemener: in Jutland (Denemarken) leven ze in de Limfjord.
Oktober 2008
Tuimelaar?
Tursiops truncatus (Montagu, 1821)
Ook op 27 september vond Floris Talsma deze prachtige, grote tussenwervelschijf van waarschijnlijk een tuimelaar tussen paal 8 en 9. Wervels van bruinvissen spoelen wel vaker aan, maar een tussenwervelschijf van een dergelijk grote dolfijn is heel zeldzaam.
Oktober 2008
Wijde mantel
Aequipecten opercularis (Linné, 1758)
Op 8 oktober vond ik in een stuk net bij paal 12 twee doubletten van de wijde mantel. Eén er van was bijzonder gekleurd: fel geel! Op 22 oktober vond ik opnieuw enkele doubletten van de wijde mantel in een stuk net, nu bij paal 18.
September 2008
Noordhoren
Neptunea antiqua (Linné, 1758)
Tijdens een tocht naar de Balg op 11 september vond ik ter hoogte van paal 16 een ronde kreeftenkorf met daarop de eikapsels van de noordhoren. Ze lijken op die van de wulk, maar zijn veel groter. Het is de eerste keer dat eikapsels van de noordhoren zijn gevonden op Schiermonnikoog.
September 2008
Steur
Acipenser sturio
Eind mei vond Carla Prop aan het Noordzeestrand een beenplaat van de steur. Van deze grote vis is in 1952 het laatste exemplaar gevangen in de Beneden Merwede. Af en toe duikt er nog een schub of beenplaat op met een vaak bijzondere structuur.
September 2008
Schelpen van de Waddeneilanden
Sinds kort is er een nieuw boek over de schelpen van de waddeneilanden. In 359 bladzijden wordt een overzicht gegeven van alle soorten die hier ooit zijn gevonden. Alle soorten zijn afgebeeld op meer dan 600 kleurenfoto’s.
Auteurs: Rykel de Bruyne en Thijs de Boer. Het boek kost € 29,90 en is verkrijgbaar bij Boekhandel Kolstein, het Bezoekerscentrum en Schelpenmuseum Paal 14.
|
Augustus 2008
Gevlochten fuikhoren
Nassarius reticulatus (Linné, 1758)
Eind juli vond Dirk Steen een stukje plastic met daarop kleine, flesvormige eikapsels van de gevlochten fuikhoren. Ze zijn niet groter dan een halve centimeter. Zuidelijker kom je deze eikapsels regelmatig tegen, maar hier op het strand zijn ze zeldzaam.
Augustus 2008
Mammoet
Mammuthus sp.
Op 26 juli vond Maarten Bos een stuk bot op de Balg. Een specialist op het gebied van fossiele zoogdierbotten kwam tot de conclusie dat het hoogstwaarschijnlijk een botstuk
van het scheenbeen van een mammoet is!
Deze dieren leefden tijdens de ijstijdperiode op wat nu de Noordzeebodem is. Voor zover bekend is het de eerste maal dat er een mammoetbot op Schiermonnikoog is gevonden.
Augustus 2008
Barnsteen
Charlotte uit Nieuw-Dordrecht deed in juli ook een mooie vondst op de Balg: een flinke klomp barnsteen. Ze kon nauwelijks geloven dat het barnsteen was en kwam er daarom mee naar het Schelpenmuseum. Zulke grote stukken zijn inderdaad erg zeldzaam!
Mei 2008
Grote pijlinktvis
Ommatostrephes sagittatus
(Lamarck, 1798)
Nadat op Ameland op 1 en 8 april een grote pijlinktvis was aangespoeld, was op 26 april de beurt aan Schiermonnikoog: Henri en zijn zoon Pascal Nikkels uit Hattem troffen op het strand tussen paal 4 en 5 een prachtig rood gekleurd dier van deze soort aan met een lengte van zo’n 50 cm.
Toen ze een dag later, na het laten zien van de foto die ze van het dier hadden gemaakt, hoorden dat het een grote zeldzaamheid is, spoedden ze zich terug naar de vindplaats.
Maar helaas, de meeuwen of de zee hadden niets meer achtergelaten.
April 2008
Boekje
De planten van
Schiermonnikoog
deel 2
55 minder algemene en/of weinig opvallende duin- en kwelderbloemen
Begin april verscheen het tweede deel van "De planten van Schiermonnikoog".
In dit boekje worden 55 soorten minder algemene en/of weinig opvallende duin- en kwelderbloemen beschreven, zoals blauwe zeedistel, zeewinde en rozenkransje. Net als in deel 1 zijn er enkele inleidende hoofdstukken met algemene informatie over planten en bloemen en de verspreiding op Schiermonnikoog.
Eerder verschenen in dezelfde serie:
- De schelpen van Schiermonnikoog – deel 1 – 40 algemene soorten
- De schelpen van Schiermonnikoog – deel 2 – 40 minder algemene soorten
- De planten van Schiermonnikoog – deel 1 – 55 algemene duin- en kwelderbloemen
De deeltjes kosten € 5,50 per stuk.
Maart 2008
Zeeprik
Petromyzon marinus Linné, 1758
Op 28 maart vond ik in de eblijn ter hoogte van paal 12 een zeeprik. Het dier van ongeveer 70 cm was door meeuwen reeds gedeeltelijk opgegeten, maar de kop was nog gaaf. Daardoor zijn goed de scherpe tanden (zie foto) te zien die deze vis gebruikt om zich aan andere vissen vast te zuigen, waarna hij een gat in de vissenhuid boort en bloed en ander lichaamsvocht opzuigt. Zeeprikken leggen hun eitjes in zoet water. De larven leven ook een tijd in een zoete omgeving, waarna ze naar zee trekken en daar hun verdere zeeprikkenleven slijten. Tegen de tijd dat er eitjes moeten worden gelegd verkassen ze weer naar zoet water.
Maart 2008
Grote tepelhoren
Lunatia catena (Da Costa, 1778)
De grote tepelhoren is de slak die, samen met zijn kleinere verwant de glanzende tepelhoren, cirkelronde gaatjes in levende schelpen boort om daarna het weekdier te verorberen. Afgelopen weken spoelden af en toe de eikapsels van deze soort aan. Ze zien er uit als gelei-achtige kraagjes, waarin de eitjes zijn verpakt in kleine blaasjes. De kraagjes zijn ongeveer 8 cm in doorsnee en bij een flinke vergroting zijn er zelfs de blaasjes met de piepkleine gele eitjes in te zien.
Maart 2008
Gedoornde zeekat
Sepia orbignyana Férussac, 1826
De laatste maand spoelden er na noordelijke wind veel rugschilden van de gewone zeekat aan. Enkele gasten vonden echter ook de zeldzame, roze rugschildjes van de gedoornde zeekat, een zuidelijke soort die vooral in de Atlantische Oceaan leeft. Behalve door de roze kleur (de gewone zeekat heeft een spierwit rugschild) is het rugschild van de gedoornde zeekat eenvoudig te herkennen aan de stevige stekel aan het uiteinde. Op de foto is het bovenste rugschild van de gedoornde zeekat en het onderste van de gewone zeekat.
December 2007
Fluwelen zwemkrab
Necora puber (Linné, 1767)
Op 21 december vond ik in een stuk net aan de vloedlijn bij paal 12 een volwassen exemplaar van de fluwelen zwemkrab.
De krab heet zo vanwege de zachte beharing op het rugschild. Fluwelen zwemkrabben werden in de jaren 1970-1975 een aantal malen aangetroffen op Schiermonnikoog, daarna nauwelijks meer.
De laatste jaren wordt de fluwelen zwemkrab regelmatig aangetroffen in het zuiden van ons land (Oosterschelde en Grevelingen).
December 2007
Slanke noordhoren
Colus gracilis (Da Costa, 1778)
De anders zeer zeldzame slanke noordhoren spoelde de afgelopen maanden tweemaal aan: op 24 november vond ik een redelijk gave schelp in de vloedlijn bij paal 14 en op 21 december lag er een beschadigde schelp in de vloedlijn bij paal 12. Beide schelpen zijn oud en begroeid geweest met zeerasp. De lengte van de schelpen is ongeveer 8 cm.
December 2007
Kleine boormossel
Barnea parva (Pennant, 1777)
Deze zeldzame boormossel spoelt misschien vaker aan dan we denken. De schelpen heb ik tot nu toe nooit los op het strand gevonden, maar altijd in stukken veenhout.
Ook op 21 december was dat het geval: tussen paal 15 en 16 lag een dikke veenkluit met mooie ronde boorgaten. Nadere inspectie leverde enkele witte boormossels op (met dier), maar ook twee kleine boormossels, eveneens met dier.
Wie deze soort wil vinden moet dus alle stukken veenhout met boorgaten nakijken!
Oktober 2007
Noorse kreeft
Nephrops norvegicus (Linné, 1758)
Joke Beking en Hendrik Hoeve deden in september een zeldzame vondst: een levende Noorse kreeft. Ze schrijven er over: "Deze zomer spoelden verschillende delen van de Noorse kreeft op het strand aan. Op 20 augustus vonden we een stukje oranje achterlijf van de Noorse kreeft tussen paal 7 en 9...
De volgende dag maken we met de Balg-Express een strandrit naar de oostpunt van het eiland. Genietend van het magnifieke uitzicht en fantastische brede strand loop ik alleen terug naar de Balg-Express. Midden op het strand ligt een hele Noorse kreeft. Ik maak een foto en ontdek dat de kreeft nog leeft! Als een fotomodel laat de kreeft zich fotograferen. Om de kreeft te laten zien vervoer ik hem in een plastic tas. Na overleg met de chauffeur gaat de kreeft met behulp van anderen terug in zee. Zal de kreeft het overleven?
Ik heb de foto's aan de medewerkers van het Bezoekerscentrum laten zien. Het is de tweede keer dat er een levende Noorse kreeft op Schiermonnikoog is gevonden.
We komen al jaren op Schiermonnikoog en elke keer is er weer iets anders op het strand te beleven."
Oktober 2007
Adderzeenaald
Eutelurus aequoreus (Linné, 1758)
Op 18 oktober vond Jan Schutte uit Agelo op het strand bij paal 5 een adderzeenaald. Deze vis, die een kop heeft als een zeepaardje, wordt de laatste tijd steeds vaker uit het Noordzeegebied gemeld. De volgende dag, op de terugweg van de Balg, vond ik zelf ook een dood exemplaar: bij paal 5!
Oktober 2007
Geplooide eendenmossel
Dosima fascicularis (Ellis & Solander, 1786)
In september kwamen er verschillende mensen in het museum met een "vreemd beest". Het bleek te gaan om een uiterst zeldzame soort eendenmossel, de geplooide eendenmossel. Niet alleen op Schiermonnikoog spoelden de geplooide eendenmossels aan: ook van Terschelling werd de soort gemeld.
De dieren maken zelf een vlotje dat wel wat lijkt op polystyreen, waaraan ze over de oceaan drijven. Ze komen vooral in de warmere delen van de Atlantische en Stille Oceaan voor en hebben dus een flinke reis achter de rug als ze hier aanspoelen!
September 2007
Wervel van een vis
De heer en mevrouw Schwartz uit Salem (Duitsland) vonden op 10 juli tussen paal 7 en 16 een zwarte wervel van een vis. Vissenwervels zijn herkenbaar aan het verdiept liggen van het centrum van de wervelschijf; bij zoogdierwervels (zeehond, bruinvis) is de wervelschijf vlak. Bijzonder is de grootte van de wervel: de doorsnee van de schijf is 4 cm. De wervel is afkomstig van een vis ter grootte van een flinke tonijn en is fossiel.
September 2007
Schaalhoren
Patella vulgata Linné, 1758
Begin augustus vond Merle Pelka uit Ganderkesee (Duitsland) maar liefst twee maal een schaalhoren. Ook Marga Dekker uit Epe vond een mooi exemplaar. Alle schelpen zaten onder aan riemwier. Dit wier groeit op de rotsen in Normandië, Bretagne en Zuid-Engeland en slaat soms met storm van de rotsen. Wanneer het wier is vastgegroeid aan een schaalhoren die op de rotsen leeft, gaat die ook mee. En zo komen ze op het strand van Schiermonnikoog terecht!
September 2007
Strandgaper
Mya arenaria Linné, 1758
Rennie Klaster en Kira en Afra Stienstra uit Drachten vonden eind juli een wel heel vreemd gevormde strandgaper bij paal 5. Toen de schelp nog veel kleiner was is hij beschadigd geraakt. Daarna is de schelp verder gegroeid, maar door de beschadiging is de schelp vanaf dat punt een diepe gleuf gaan vormen.
September 2007
Gewone zeekat
Sepia officinalis Linné, 1758
De afgelopen maanden spoelden er regelmatig eieren van de gewone zeekat (een inktvis) aan. Meerdere gasten vonden ze. Een trosje eieren is geplaatst in het zeeaquarium van het Bezoekerscentrum en op 1 september is al één jong zeekatje uit een ei gekomen. Nu de rest nog!
Juni 2007
Japanse oester (op rugschild van strandkrab)
Crassostrea gigas (Thunberg, 1793)
Begin april kwam een bezoekster van het Schelpenmuseum dit krabbenschild laten zien. Op het rugschild (van de strandkrab) heeft zich een Japanse oester gevestigd. Nog niet eerder kregen we melding van dit fenomeen.
De naam van de vinder is Marjolein van Os uit Emmen.
Juni 2007
Brakwaterkokkel
Cerastoderma lamarcki (Reeve, 1844)
Bart Sikkema vond tijdens de jaarlijkse excursie van de Natuur- en Vogelwacht Schiermonnikoog op de kwelder bij de derde slenk een grote, verse klep van de brakwaterkokkel. Deze kokkelsoort is erg zeldzaam in Nederland en is enkele jaren geleden levend in de tweede slenk gevonden. De brakwaterkokkel lijkt veel op de gewone kokkel, maar is veel dunner en wat schever.
April 2007
Boekje
De planten van Schiermonnikoog - deel 1
55 algemene en opvallende duin- en kwelderbloemen
In april verscheen bij Schelpenmuseum Paal 14 het eerste deeltje over de planten van Schiermonnikoog. De opzet is gelijk aan de twee deeltjes die in 2005en 2006 verschenen over de schelpen. In het plantenboekje worden 55 min of meer algemene soorten met opvallende bloemen beschreven die je tijdens een fietstocht of wandeling door de duinen of over de kwelder kunt tegenkomen.
De prijs is, net als de boekjes over de schelpen, € 5,50.
April 2007
Paardenmossel
Modiolus modiolus (Linné, 1758)
Op 6 april vonden Johan Trenning en zijn broer een stuk net bij paal 10. Nadere inspectie leverde een knaap van een paardenmossel op, met het dier er nog in. Jonge paardenmossels worden af en toe wel eens gevonden aan stukken net of touw, maar zo'n groot exemplaar is een zeldzame vondst.
April 2007
Wulk
Buccinum undatum Linné, 1758
Een wulk met daarin nog de slak: een zeldzame vondst, zoals vorig jaar april gedaan door Inge en Dick uit Amerongen. Nu was het 29 maart, toen ik tussen paal 10 en 18 tweemaal een wulk vond met het dier nog in de schelp. Wulken zijn in de afgelopen decennia snel in aantal achteruit gegaan door de giftige effecten van aangroeiwerende verf op de romp van schepen. Is deze vondst een teken dat het weer beter gaat met de wulk?
Februari 2007
Eendenmossel
Lepas anatifera Linné, 1758
In januari en februari spoelden er diverse drijvende voorwerpen aan met daarop eendenmossels. Daan de Boer vond een stuk touw met aan het uiteinde een tros levende dieren. Hij heeft ze naar het Bezoekerscentrum gebracht, waar ze nog wekenlang in het zeeaquarium hebben geleefd.
Februari 2007
Geweispons
Haliclona oculata (Pallas, 1766)
Op 18 februari vond Jelle Woudstra een flinke kolonie van de geweispons tussen paal 5 en 6. De geweispons is algemeen in de Zeeuwse wateren, maar op Schiermonnikoog kom je deze soort maar zelden tegen. Een spons is een primitief dier dat uit meestal vijf soorten cellen bestaat die verschillende functies hebben.
Op de foto zijn de openingen te zien die leiden naar de centrale holte.
December 2006
Lange zeedraad
Laomedea dichotoma (Linné, 1758)
De lange zeedraad is een dier. Hij hoort tot de kolonievormende hydropoliepen. Een hydropoliep is een eenvoudig gebouwd dier, met maar één holte die zowel als mondopening als voor het uitscheiden van afvalproducten en voortplantingsproducten wordt gebruikt. De dieren maken een gemeenschappelijke steel, waaraan ze leven. De poliepen van de lange zeedraad zijn slechts enkele millimeters groot. Doordat dode kolonies op de zeebodem in elkaar verward raken, ontstaan soms ballen met een doorsnee van 5 tot 10 cm. De laatste maanden waren dergelijke ballen regelmatig in de vloedlijn te vinden.
December 2006
Gewone alikruik
Littorina littorea (Linné, 1758)
De gewone alikruik leeft in grote aantallen op de oester- en mosselbanken op het wad, maar ook op de basaltkeien van de steigers kom je ze tegen. In december vond ik bij de Oude steiger een vergroeid exemplaar. Na een beschadiging is het laatste stuk van de winding min of meer losgegroeid van de voorgaande winding en onregelmatig verder gegroeid.
Oktober 2006
Noordse cirkelschelp
Lucinoma borealis (Linné, 1767)
Mark de Hek uit Rotterdam vond op 20 oktober tussen paal 4 en 7 een prachtige, gave klep van de Noordse cirkelschelp. Deze zeer zeldzame schelp werd slechts enkele malen eerder op Schiermonnikoog aangetroffen. De schelp is ca. 3 cm in doorsnee en ziet er fossiel uit. Mogelijk stamt de schelp uit het Eemien, de periode tussen de laatste twee ijstijden, zo'n 100.000 jaar geleden. De mantellijn en spierindruksels zijn erg fraai te zien.
Oktober 2006
Gewone spinkrab
Hyas araneus (Linné, 1758)
Op 11 oktober vond ik tussen paal 14 en 18 een gaaf exemplaar van de gewone spinkrab. Deze krab valt op door het hoge, min of meer driehoekige schild en de lange poten. Zeer zeldzaam aan het strand van Schiermonnikoog.
Oktober 2006
Ronde zandschelp
Mysia undata (Pennant, 1777)
Op 17 september kwam Eleonora Hof uit Apeldoorn een dagje naar Schiermonnikoog. Ze vond bij paal 16 in de laagwaterlijn een kleine, ronde schelp waarvan ze niet wist wat het was. Het bleek een ronde zandschelp te zijn, een zeer zeldzame soort waarvan op Schiermonnikoog slechts enkele kleppen zijn gevonden.
Oktober 2006
Bonte mantel
Chlamys varia (Linné, 1758)
Op 25 oktober vond Emma Schutte op het strand bij paal 7 een prachtige klep van de bonte mantel. Stukken van deze soort zijn al zeldzaam, complete kleppen helemaal! De schelp die Emma vond is donkergrijs, maar er zijn nog enkele stukjes waarop de oorspronkelijke, bruinpaarse kleur zichtbaar is.
Augustus 2006
Nonnetje met twee boorgaten
Macoma balthica (Linné, 1758)
De tepelhoren boort met zijn rasptong een gat in een schelp om daarna het weekdier op te eten. Bij dit nonnetje zitten er twee gaten in de schelp. Dat is zeldzaam. Tijmen van den Born uit Zutphen vond de schelp op 11 juli bij het badstrand.
Augustus 2006
Staartstuk van de zeekreeft
Homerus gammarus (Linné, 1758)
Thea Visser uit Engwierum vond op 11 augustus in de vloedlijn bij paal 6 "iets vreemds".
Nadere bestudering leerde dat het ging om een deel van de staart van de zeekreeft. Van deze grote kreeft is nog nooit eerder een deel op Schiermonnikoog gevonden.
Augustus 2006
Wijde mantel
Aequipecten opercularis (Linné, 1758)
Dineke van der Meulen uit Aldtsjerk vond op 12 augustus een stuk visnet in de vloedlijn tussen paal 12 en 13.
Nieuwsgierig keek ze of er wat in zat en... jawel, een flink doublet van de wijde mantel! Niet eerder werd een zo groot doublet van deze soort hier gevonden.
Augustus 2006
Stompe alikruik
Littorina obtusata (Linné, 1758)
Tijdens het zoeken naar barnsteen viel het oog van Johan Trenning uit Groningen op een klein, geel schelpje.
Het bleek te gaan om een stompe alikruik met het dier er nog in. Johan deed de vondst op 13 augustus bij paal 9. Ook dit is een zeldzame vondst!
Juni 2006
Gewone pijlinktvis of Noordse pijlinktvis
Loligo vulgaris Lamarck, 1798 of Loligo forbesi Steenstrup, 1856
In de maanden mei t/m juli vind je soms de eieren van de Gewone pijlinktvis of van de Noordse pijlinktvis. Deze eieren zijn verpakt in lange, gelatineuze slierten van elk zo'n 10 cm lengte. De kleur is vuilwit tot lichtbruin. De slierten zijn aan één zijde vastgehecht en een kluit slierten kan soms wel meer dan een halve meter in doorsnee zijn! Het lijkt dan net een grote kwal met 'dreadlocks'. Wanneer de eitjes al wat verder zijn ontwikkeld, zijn de ogen van de kleine inktvisjes zelfs zichtbaar!
Juni 2006
Augustinuskrab
Lithodes maja (Linné, 1758)
Mevrouw Goos uit Zwolle vond op 4 juni op het strand tussen paal 2 en 3 een poot van de Augustinuskrab. Deze krab is langs onze kust zeer zeldzaam en vondsten zijn wellicht afkomstig van viskotters die dicht bij de kust het dek hebben schoongemaakt. Niettemin blijft zelfs de vondst van een poot bijzonder; vooral vanwege de grootte en de stekels! Twee dagen later vond ik aan de vloedlijn bij paal 10 ook een poot, hoogstwaarschijnlijk van dezelfde krab!
Mei 2006
Levende Noordhoren
Neptunea antiqua (Linné, 1758)
Op 3 mei deed Melanie Sonnema uit Engwierum tijdens een strandwandeling een wel zeer bijzondere vondst. In een geultje bij paal 10 vond ze een flink slakkenhuis met daarin nog de slak. Het gaat om de Noordhoren, de grootste slak die in de Noordzee leeft. Lege huisjes van deze slak zijn al zeldzaam op Schiermonnikoog, maar een schelp met daarin nog het dier is helemaal een uitzonderlijk zeldzame vondst.
Voor zover valt na te gaan is het de tweede maal dat op de Waddeneilanden een schelp met het dier er nog in is aangetroffen. Slechts éénmaal eerder werd er een schelp met daarin vleesresten gevonden op Terschelling. Dat was vóór 1940.
April 2006
Boekje: "De schelpen van Schiermonnikoog,
deel 2; 40 minder algemene soorten"

In dit tweede deel van "De schelpen van Schiermonnikoog" worden 40 minder algemene tot zeldzame soorten schelpen behandeld die aanspoelen op het strand van Schiermonnikoog. Van elke soort is een duidelijke kleurenfoto bijgevoegd. Het is een vervolg op deel 1: "40 algemene soorten van Schiermonnikoog".
Het boekje kost, net als deel 1, € 5,50 en is verkrijgbaar bij het VVV-kantoor, boekhandel Kolstein, het Bezoekerscentrum en natuurlijk bij Schelpenmuseum PAAL 14.
April 2006
Wulk met dier
Buccinum undatum Linné, 1758
Inge van den Brink en Dick van Kuilenburg uit Amerongen vonden op 19 april j.l. een Wulk op het strand van Schiermonnikoog. Bij nader inzien bleek het dier (dood) nog in de schelp aanwezig. Ook het afsluitplaatje (operculum) was nog aanwezig. De schelp vertoonde een gat in een van de windingen. Wulken met daarin nog een dier worden slechts zeer zelden gevonden op Schiermonnikoog.
April 2006
Ovaal nonnetje
Macoma calcarea (Gmelin, 1791)

Tijdens een excursie van Natuurmuseum Fryslân op het strand van Schiermonnikoog vond een van de deelnemers, Wiebe Taekema uit Menaldum, een prachtige gave, grote klep van het Ovaal nonnetje. Deze soort, die nu vooral in noordelijke wateren voorkomt, heeft hier mogelijk rond de ijstijden geleefd. Slechts zeer zelden wordt een (fossiele) klep van deze soort aangetroffen op het strand van ons eiland.
Februari 2006
Bruinvis
Phocoena phocoena (Linné, 1758)

Op 31 januari spoelde deze gave Bruinvis aan bij paal 8. Bruinvissen zijn zeezoogdieren die in de Noordzee niet zeldzaam zijn. Op het strand van Schiermonnikoog spoelen regelmatig dode dieren aan; soms een levend exemplaar.
Chinese wolhandkrab
Eriocheir sinensis Milne Edwards, 1854

Ook op 31 januari vond ik in de vloedlijn bij paal 5 dit vrouwelijk exemplaar van de Chinese wolhandkrab. Zoals de naam al suggereert, is deze krab oorspronkelijk afkomstig uit China en Korea. In 1912 werd de soort voor het eerst in Europa gesignaleerd; in 1929 in Nederland. De Chinese wolhandkrab leeft in zoet water, maar trekt naar zee om te paren en eieren te leggen.

Dit exemplaar is dan ook een vrouwtje (zie het brede staartstuk aan de onderkant) en ze heeft nog enkele oranje eitjes bij zich. Op de scharen zijn haren te zien, waaraan de krab haar naam ontleent. Het schild is min of meer vierkant.
December 2005
Japanse oester
Crassostrea gigas (Thunberg, 1793)

De afgelopen jaren heeft de Japanse oester zich snel uitgebreid op sommige delen van het wad bij Schiermonnikoog. Momenteel bevindt zich een grote bank met deze oesters juist ten oosten van de Piebe, de geul naar de jachthaven. Deze maand trof ik daar niet alleen de normaal gekleurde, paars-witte exemplaren aan, maar daartussen ook een aantal felgeel gekleurde oesters, zoals deze.
Hondshaai
Scyliorhinus canicula (Linné, 1758)

Onlangs vond ik, hoog op het strand bij paal 12, dit trosje eikapsels van de Hondshaai. Losse eikapsels kun je af en toe na noordenwind tegenkomen in de vloedlijn, maar meerdere exemplaren bijelkaar vind je maar zelden.
Juni 2005
Stekelrog (eikapsel)
Raja clavata

Zo'n 25 jaar geleden vond je op het strand van Schiermonnikoog veel meer rogge-eieren dan tegenwoordig. De oorzaken? Overbevissing? Het veranderende klimaat?
In de afgelopen weken was er met noordelijke wind toch wel weer een aantal te vinden. Opvallend was, dat een deel van de eikapsels een zeer vers uiterlijk had: niet zwart, maar bruin. Hier een eikapsel van de Stekelrog.
Gevlekte rog (eikapsel)
Raja montagui

Zeldzamer dan dat van de Stekelrog. De afgelopen weken 2 eikapsels gevonden, waarvan één met een vers uiterlijk (bruin).
Paardenmossel
Modiolus modiolus

In mei trof ik in een uitgestoven schelpenbankje op de Balg deze fraaie klep van een Paardenmossel aan.
Eierschelp
Gastrana fragilis

Begin juni vond ik tijdens een schelpen-excursie met de KNNV Drachten dit fragment van een Eierschelp. Het lag in een uitgestoven schelpenbankje bij paal 7. De Eierschelp is een zeer zeldzame verschijning op het strand: het is het tweede fragment dat ik hier ooit heb gevonden.
Maart 2005
Zeetulp
Megabalanus tintinnabulum
Deze grote zeepok heeft een opvallende, paarsige kleur. Af en toe worden er aan de Nederlandse kust enkele exemplaren gevonden. De onderkant is meestal helemaal vlak. Soms zitten er roestplekken op de onderkant. De kans is dan groot, dat ze van een scheepshuid afkomstig zijn.
Op 25 februari van dit jaar vond ik in de vloedlijn bij paal 16 dit exemplaar. Ongeveer een jaar geleden vond ik een ongeveer even groot exemplaar, ook op de Balg.
In de jaren '70 werd de soort ook af en toe hier gevonden; zo weet ik dat Freek Kooistra een klomp met een aantal exemplaren van de zeetulp heeft gevonden, waarbij de onderkant roestvlekken had.
Gewone wenteltrap
Epitonium clathrus
Dit kleine torenvormige horentje wordt zo'n 4 cm lang. Het is niet vaak te vinden op het strand van Schiermonnikoog. Alleen na oostelijke wind, wanneer er een onderstroom naar het strand loopt, kun je ze tegenkomen. Op 25 februari was dat het geval. Behalve de wenteltrapjes lagen er ook andere kleine slakkenhuizen, zoals glanzende tepelhorens en penhorens.
Barnsteen
Deze fossiele hars spoelt ook voornamelijk na oostelijke wind aan. Dat komt doordat het iets zwaarder dan water is en dus met de onderstroom meekomt naar het strand. Op 25 februari vond ik enkele flinke stukken en een aantal wat kleinere.
Januari 2005
Gewone otterschelp
Lutraria lutraria (Linné, 1758)
De laatste weken spoelden regelmatig kleppen en zelfs doubletten aan van deze soort. Nu zijn losse kleppen de laatste jaren steeds algemener geworden aan het strand van Schiermonnikoog, maar doubletten vind je niet zo vaak. Op 15 januari 2005 kon ik vijf verse, gave doubletten oprapen, naast ook een aantal beschadigde doubletten. Er zaten forse exemplaren bij: de grootste (zie afbeelding) heeft een lengte van 11,5 cm. Oorzaak van het meer dan gebruikelijk aanspoelen van deze soort ligt waarschijnlijk in de stormen van de afgelopen tijd.
Gevlekt koffieboontje
Trivia monacha (Da Costa, 1778)
en
Muiltje
Crepidula fornicata (Linné, 1758)
Langs de kust van de waddeneilanden spoelen de laatste tijd o.a. delen van kunststof autobumpers aan. Sommige zijn te herkennen als Volvo-bumpers en kunnen volgens ingewijden afkomstig zijn uit de Tricolore, het vrachtschip dat enkele jaren terug juist ten noorden van Het Kanaal gezonken is. Nu zijn aangespoelde voorwerpen die lang in zee hebben gedreven altijd interessant voor de verzamelaar van schelpen en andere strandvondsten. Vandaar dat ik op 26 januari 2005 een aangespoeld stuk kunststof (bumper?) dat bij paal 16 lag, eens nader bekeek.
Ik kon mijn ogen nauwelijks geloven, maar het was echt waar: aan de binnenkant zaten niet alleen veel levende Muiltjes (die komen de laatste jaren steeds vaker voor aan het strand van Schiermonnikoog, vooral op aangespoelde Tepelhorens), maar ook een levend (!) exemplaar van het Gevlekte koffieboontje (zie afbeelding).
En dat is een soort die hiermee voor de eerste maal levend op Schiermonnikoog is aangetroffen. Een naaste verwant van deze soort is het Ongevlekte koffieboontje. Een oud, blauwgrijs verkleurd exemplaar van één van beide soorten is wel eens op het eiland gevonden door Wiebe Taekema.
November 2004
Koraal
Gevonden op het strand van Schiermonnikoog: een plastic emmer met daarop Koudwaterkoraal.