Actueel


oktober 2011

Broodspons
Halichondria panicea (Pallas, 1766)

foto Thijs de Boer

Meindert en Elze Boon uit Scharwoude vonden op 17 oktober deze enorme broodspons op de Balg. Het is tot nu toe de grootste broodspons die ik van het strand van Schiermonnikoog ken.

oktober 2011

Stekelhoren
Ocenebra erinacea (Linné, 1758)

Johan Trenning vond op 26 oktober deze prachtige stekelhoren in de vloedlijn bij paal 16. De schelp is geheel gaaf en dat is bijzonder voor een soort die hier tussen de laatste twee ijstijden leefde (zo’n 100.000 jaar geleden).
foto Thijs de Boer

Diorama Museum Twentse Welle Enschede

oktober 2011

Steppenwisent
Bison priscus Bojanus 1827

foto Thijs de Boer






Marcel Laks trof op 20 oktober deze flinke rugwervel van een steppenwisent aan op de Balg. De steppenwisent leefde hier in de IJstijden en is zo’n 10.000 jaar geleden uitgestorven.
De dieren waren groot en hadden een schouderhoogte van ruim twee meter!



oktober 2011

Tuimelaar
Tursiops truncatus (Montagu, 1821)

foto Thijs de Boer

Evan Frijters uit Lelystad vond op 21 oktober op de Balg een bijzonder gevormd bot. Het blijkt te gaan om de atlas (eerste halswervel) van een tuimelaar. Deze grote dolfijn kan ruim 3,5 meter lang worden en is een zeldzame verschijning langs de Nederlandse kust.

oktober 2011

Spoelhoren
Acteon tornatilis (Linné, 1758)

foto Thijs de Boer

Will Copier trof op 21 oktober tussen paal 13 en 14 twee schelpen van de zeldzame spoelhoren aan. De ene is vrij recent en laat nog iets van de twee witte kleurbanden zien. De andere is oud en blauwgrijs verkleurd.

oktober 2011

Grote mantel
Pecten maximus (Linné, 1758)

foto Thijs de Boer

Tussen strandgapers, op het laatste stukje van de Balg, trof ik op 31 augustus deze prachtige grote mantel aan. De schelp wordt ook wel Jacobsschelp genoemd. Jonge schelpen zitten soms vastgehecht aan drijvende voorwerpen; volwassen schelpen zijn hier uiterst zeldzaam.

augustus 2011

Bonte mantel
Mimachlamys varia (Linné, 1758)

Onder de rand van een viskist bij paal 15 vond ik op 26 juli een doublet met vleesresten van de bonte mantel. De bonte mantel is smaller dan de wijde mantel en heeft schubjes op de ribben. Het is voor het eerst dat ik een doublet van deze soort op Schiermonnikoog vind.

augustus 2011

Platte oester
Ostrea edulis Linné, 1758

David de Jong uit Amsterdam vond op 24 juli deze enorme klep van een platte oester (14 cm) op het strand bij paal 4.





augustus 2011

Noordse cirkelschelp
Lucinoma borealis (Linné, 1767)

De noordse cirkelschelp is een zeldzame vondst. Maar 31 juli was een bijzondere dag, want zowel Brechje als haar zoon Xander Bouwman vonden beiden een prachtig gave klep van deze soort bij paal 5.


augustus 2011

Schaalhoren
Patella vulgata Linné, 1758

Sjoerd Zwaan uit Warnsveld vond deze grote schaalhoren op 21 juli ter hoogte van paal 16. Aan de bruine vlekken is te zien dat de schelp waarschijnlijk onder aan riemwier vanuit Frankrijk naar hier is vervoerd.





augustus 2011

Steur
Acipenser sturio Linné, 1758

Joke Borstlap vond op 28 juli deze enorme beenplaat van een steur ter hoogte van paal 17. Beenplaten van steuren hebben een prachtige structuur. In 1952 werd de laatste steur in ons land gevangen.

augustus 2011

Hondshaai
Scyliorhinus canicula (Linné, 1758)

  
Enige tijd geleden verscheen in deze rubriek de vondst van een tros hondshaai-eieren van 26 stuks. Dat aantal werd ruimschoots overtroffen door de tros hondshaai-eieren die door Joke Borstlap op 22 juli werd aangetroffen ter hoogte van paal 10: daar zaten maar liefst 45 eikapsels in!! Zelf vond ik op 26 juli bij paal 18 aan de eblijn een ei van een hondshaai met inhoud. Het is voor zover bekend de eerste maal dat een dergelijke vondst op Schiermonnikoog is gedaan.

augustus 2011

Grote hartschelp
Acanthocardia aculeata (Linné, 1758)






Een grote klep van deze soort werd op 10 augustus gevonden op het puntje van de Balg. De schelp heeft nog stekels aan de zijkanten en dat komt maar zelden voor. Geen wonder, want de soort leefde hier in het Eemien, de periode tussen de laatste twee ijstijden, en dat is zo'n 100.000 jaar geleden! De schelp werd gevonden door de familie Van Wijk-Dreef uit Bussum.






juni 2011

Wrattige venusschelp
Venus verrucosa Linné, 1758

Op 26 april vond Marit Aegerter uit Viersen (Duitsland) bij paal 12 deze fraaie wrattige venusschelp. Het is de eerste zekere vondst van Schiermonnikoog. De schelp is blauwgrijs en stamt waarschijnlijk uit het Eemien.





juni 2011

Gezwollen tolhoren
Gibbula tumida (Montagu, 1803)

Dat Dorien en Elze Boon uit Scharwoude goede ogen hebben is wel duidelijk: ze vonden deze nog geen centimeter grote schelp van de gezwollen tolhoren in gruis bij paal 7. Het is een heel zeldzame soort waarvan maar enkele exemplaren op Schiermonnikoog zijn gevonden.

juni 2011

Wijde mantel
Aequipecten opercularis (Linné, 1758)

Op het eerste gezicht dacht Alexandra Smink uit Wijk bij Duurstede dat het een gedoornde of geknobbelde hartschelp was die omgekeerd in het zand bij paal 18 lag. Toen ze hem opraapte bleek het enorm grote schelp van de wijde mantel te zijn. Het is tot nu toe de grootste schelp van de wijde mantel die van Schiermonnikoog bekend is.



juni 2011

Pelikaansvoet
Aporrhais pespelecani (Linné, 1758)

Casper van Engelenburg uit Den Haag vond op 18 mei tijdens een werkweek van school deze prachtige grote pelikaansvoet bij paal 5. Dergelijke fraaie pelikaansvoeten zijn hier uiterst zeldzaam en zelf heb ik nog nooit zo'n mooie gevonden op het strand van Schiermonnikoog.






juni 2011

Steppenwisent
Bison priscus Bojanus, 1827

Arjan de Haan uit Harderwijk vond op 21 mei 2011 deze zwarte kies op de Balg. Het is een kies van een steppenwisent. Dit grote dier met een schouderhoogte van meer dan twee meter en een spanwijdte van de horens van meer dan één meter leefde tot zijn uitsterven, ca. 10.000 jaar geleden, op de toen droge Noordzeebodem.

mei 2011

Wulk
Buccinum undatum Linné, 1758

Enige tijd geleden vond Foppe Hoekstra deze bijzonder gevormde wulk op de bank voor het Westerstrand. Door een aantal verdikte mondranden, die zijn ontstaan tijdens een groeipauze, lijkt de schelp een beetje op het Operahouse van Sydney!

mei 2011

Noordhoren
Neptunea antiqua (Linné, 1758)

Behalve de hierboven genoemde wulk, vond Foppe op 9 april 2011 ter hoogte van paal 2 een enorme schelp van de noordhoren op het strand.
De hoogte van de schelp bedraagt bijna 14 cm en is daarmee de grootste die ik ooit van Schiermonnikoog heb gezien. In de noordelijke Noordzee komen exemplaren voor die zo'n 20 cm hoog worden.

mei 2011

Paard
Equus caballus Linné, 1758

In september 2010 vond Alex Schut uit Breda dit mooi gevormde zwarte bot op het strand bij paal 16. Het blijkt een teenkootje te zijn van een paard uit het Pleistoceen, de periode van de ijstijden.

maart 2011

Mens
Homo sapiens Linné, 1758

Op 28 augustus 2010 vond ik in de eblijn ter hoogte van paal 16 een deel van een menselijke schedel. Het deel is zwart van kleur en mogelijk behoorlijk oud.
Momenteel wordt door deskundigen nagegaan of de ouderdom is te bepalen. Zodra daarover nieuws is, meld ik dat op de website.

maart 2011

De vogelwereld van Schiermonnikoog
deel 3 - 56 soorten van bos en duin

Op 11 maart 2011 is het derde deel van "De vogelwereld van Schiermonnikoog" verschenen.
In dit deel, geschreven in samenwerking met de eilander vogeldeskundige Gerard Glerum, worden vogels behandeld die vooral te zien zijn in de bos- en duingebieden op het eiland.
Zoals in de andere deeltjes zijn de soorten afgebeeld door middel van een fraaie kleurenfoto en is in de tekst het voorkomen op het eiland beschreven.
Het boekje kost € 5,50 en is te koop bij Boekhandel Kolstein, het VVV kantoor, het Bezoekerscentrum en natuurlijk in Schelpenmuseum Paal 14.

december 2010

Hondshaai
Scyliorhinus canicula (Linné, 1758)

In de laatste week van oktober vond Hans van Iterson uit Boxtel deze tros eikapsels van de hondshaai bij paal 7. Het is de grootste tros die tot nu toe van Schiermonnikoog bekend is en bevat maar liefst 26 eikapsels!






december 2010

Rendier
Rangifer tarandus (Linné, 1758)

Op 19 augustus 2010 vonden Pepijn Hagenaar uit Zeist en Marijn Leeuwenberg uit Rotterdam dit botstuk bij paal 13. Ze hebben het laten zien aan prof. dr. Jelle Reumer van het Natuurmuseum Rotterdam en die kwam tot de conclusie dat het hier ging om een scheenbeen van een fossiel rendier, dat hier in de IJstijden heeft rondgewandeld!

december 2010

Bladachtig hoornwier
Flustra foliacea Linné, 1758

Anders dan de naam doet vermoeden is dit geen wier, maar een kolonie mosdiertjes die groeit in de vorm van een zeewier. De kolonie bestaat uit aanelkaar gebouwde huisjes waarin de mosdiertjes leven. Ze vangen met kleine tentakels voedsel uit het water. Wanneer je de kolonie van dichtbij bekijkt zie je duidelijk de afzonderlijke huisjes. Eind december vond ik verschillende kolonies in de eblijn bij paal 16.

oktober 2010

Grijze zeehond
Halichoerus grypus (Fabricius, 1791)

Anniek Bouwman uit Leiden vond op 3 augustus bij paal 8 deze fraai gevormde wervel. Het is een borstwervel van een grijze zeehond. De wervel is fossiel en volgens deskundigen ongeveer 5000 jaar oud.

oktober 2010

Noordkaper
Eubalaena glacialis (Desmoulins, 1822)

Emily Wiessner uit Etten-Leur vond op 17 augustus tussen paal 14 en 15 een enorme tussenwervelschijf. Navraag bij deskundigen maakte duidelijk dat het hoogstwaarschijnlijk om een tussenwervelschijf van een noordkaper gaat. Deze grote walvis kwam vroeger ook in de oostelijke Atlantische Oceaan voor, maar is daar door de jacht op het dier uitgestorven. Wel leeft de soort nog langs de Amerikaanse oostkust. De schijf is waarschijnlijk meer dan 500 jaar oud.

oktober 2010   

Slanke noordhoren
Colus gracilis (Da Costa, 1778)

Johan Trenning vond op 26 augustus 2010 bij paal 15 deze slanke noordhoren. De schelp lag tussen vele andere schelpen (met name wulken) op de laagwaterlijn.

oktober 2010   

Spoelhoren
Acteon tornatilis (Linné, 1758)

Sonny Copier uit Utrecht vond op 19 oktober deze prachtige gave spoelhoren aan het strand bij paal 4. Het is een al wat ouder, blauwgrijs verkleurd exemplaar.

oktober 2010   

Grote mantel
Pecten maximus (Linné, 1758)

Op 22 mei 2010 vond Thijs de Boer op een viskist bij paal 15 enkele heel jonge schelpen van de grote mantel. Het is de derde keer dat op Schiermonnikoog deze soort is gevonden.

oktober 2010   

Noorse kreeft
Nephrops norvegicus Linné, 1758

Netty Veenbaas uit Heiloo vond deze fraaie levende Noorse kreeft aan de eblijn tussen paal 8 en 9. Ze hebben het dier weer in zee gezet. Levende dieren spoelen maar zelden aan; wel zijn af en toe scharen van de Noorse kreeft te vinden.

augustus 2010

Gekielde noordhoren
Neptunea despecta (Linné, 1758)

Mevrouw Wiersum uit Ermelo vond al weer enige tijd geleden (zomer 2009) hoog op het strand bij paal 16 een bijzonder fraaie schelp van de gekielde noordhoren. De schelp is weliswaar blauwgrijs, maar nauwelijks afgesleten.



augustus 2010

Gevlochten fuikhoren
Nassarius reticulatus (Linné, 1758)

De heer Vroman uit Alphen aan de Rijn vond op 13 juli bij paal 8 een vers exenplaar van de gevlochten fuikhoren (rechts op de foto). Oude, fossiele schelpen met bredere verticale ribben spoelen wel vaker aan (links), maar verse schelpen zijn zeldzaam. Wel lijkt het er op dat de soort de laatste jaren steeds verder oprukt naar het noorden.

augustus 2010

Gemarmerde streepschelp
Modiolarca subpicta (Cantraine, 1835)

Brechje Bouwman uit Leiden vond begin augustus bij paal 13 een bodem van een plastic ton met daarin vastgehecht enkele schelpen van de schilferige dekschelp en de noordse rotsboorder. Behalve die soorten zat er ook een heel klein, bol mosseltje in: de gemarmerde streepschelp. De eerstgenoemde soorten kom je wel vaker tegen op allerlei substraten, maar de gemarmerde streepschelp is een heel zeldzame soort. Aangespoelde emmers, viskisten en netten inspecteren kan dus zeer de moeite waard zijn!

augustus 2010

Gewone wenteltrap
Epitonium clathrus (Linné, 1758)

Op 9 juli vond Tineke Bargeman (Schiermonnikoog) bij paal 15 deze prachtige, grote gewone wenteltrap. Het is één van onze mooiste schelpen en wordt maar zelden zo mooi gaaf en groot gevonden.

juni 2010

Geep
Belone belone (Linné, 1761)

De familie De Vries uit Veenendaal vond op 6 juni een vreemde, lichtgroen gekleurde schedel met een soort lange 'snavel' aan de vloedlijn bij paal 10. Het is de schedel van de geep. Kenmerkend is de lange kaak (bovenkaak iets korter dan de onderkaak) en de groene kleur. Vroeger dacht men daarom dat deze vis giftig was.

juni 2010

Zeeklit
Echinocardium cordatum (Pennant, 1777)


Vergroeide zeeklit (links)

Op 1 april vond Marit Aegerter uit Viersen (Duitsland) een vergroeid exemplaar van de zeeklit. Zo te zien heeft deze zeeklit op zijn woonplaats (onder het zand, op de zeebodem) in de knel gezeten.

juni 2010

Hondshaai
Scyliorhinus canicula (Linné, 1758)

In mei vond ik deze tros eieren van de hondshaai. Het zijn er maar liefst negen, de grootste tros die ik tot nu toe vond.









Maart 2010



De vogelwereld van Schiermonnikoog
Deel 2 - 56 soorten van strand, wad en kwelder

In dit tweede deel over de vogelwereld van Schiermonnikoog worden vogels van strand, wad en kwelder beschreven. Steltlopers, meeuwen en sterns, maar ook eenden en roofvogels worden beschreven en afgebeeld door middel van fraaie foto’s van gerenommeerde fotografen. Het boekje is voor € 5,50 te koop bij Boekhandel Kolstein, Bezoekerscentrum, VVV-kantoor en natuurlijk bij Schelpenmuseum Paal 14.


Maart 2010

Oor zeehond
Phoca vitulina Linné, 1758

Joachim Rudnick-Aegerter en zijn gezin uit Viersen (Duitsland) vonden op 31 maart een vreemd gevormd bot op het strand tussen paal 7 en 8. Het gaat om het oor van de gewone zeehond.

Maart 2010

Zeeklit
Echinocardium cordatum (Pennant, 1777)

De afgelopen maanden spoelden er opmerkelijk veel zeeklitten aan. Zeeklitten horen tot de stekelhuidigen en zijn dus familie van de zeesterren. Ze hebben een broos kalkskelet waarop korte stekels staan. Wanneer de dieren dood zijn, vallen die er al snel af en blijft een kaal kalkskelet over.

Januari 2010

Amerikaanse zwaardschede
Ensis americanus (Gould, 1870)

 
Amerikaanse zwaardschede, rechts voet     Amerikaanse zwaardschede, in-en uitstroomsifo

Regelmatig spoelen er ontelbaar veel schelpen van de Amerikaanse zwaardschede aan. In de koude wintermaanden spoelen er ook vaak schelpen aan met het dier er nog in. Opvallend is de lange voet aan de onderzijde van het dier. Bovenaan zitten twee openingen, waardoor het water naar binnen en buiten wordt gepompt. Het dier haalt er voedsel en zuurstof uit.

Januari 2010

Franse tap
Arenicola defodiens Cadman & Melson, 1993

 
Franse tap, rechts de zuigsnuit (proboscis)

De wadpier is een bekende soort, waarvan overal op het wad, maar vaak ook ook in geulen op het strand de kenmerkende 'zandspaghetti' is te vinden. Wat dieper in zee komt een verwante soort voor, die pas in 1993 is ontdekt. Deze soort wordt veel groter dan de gewone wadpier. In januari spoelden er enkele grote exemplaren van deze pas ontdekte soort aan.

Januari 2010

Noordzeekrab
Cancer pagurus Linné, 1758

Na de harde oostenwind, begin januari, spoelden er veel krabben aan. Meest algemeen is de strandkrab, maar ook spoelden er enkele grote Noordzeekrabben aan. Aan het smalle staartstuk is te zien dat het bovenste dier een mannetje is: een vrouwtje heeft een breed staartstuk, in de vorm van een ouderwetse bijenkorf.





-> Oud nieuws